Teruggave van de kerk aan de Katholieken.

interieur van de oude kerk in 1930
In 1648 werd de 80-jarige oorlog met de Spanjaarden beëindigd met de vrede van Munster. Brabant ging als generaliteitsland tot de Republiek der Verenigde Nederlanden behoren. De gereformeerde kerk werd de staatskerk en de Katholieken verloren hun kerken. De Protestanten gedoogden de katholieken en stonden oogluikend toe dat zij noodkerken, z.g. schuurkerken bouwden. In Moergestel moet deze kerk in de driehoek Postelstraat/Raadhuisstraat gestaan hebben. De oorspronkelijke kerk werd in gebruik genomen door de Protestanten, hoewel er in het dorp rond 1800 maar 23 gereformeerden waren .
Het oostkoor (priesterkoor) werd voorzien van een zolder en het gemeentebestuur ging dit als raadhuis in gebruik nemen. In de toren werd een gevangenis ingericht.
Toen in 1795 de Fransen kwamen gaf dit uitzicht op teruggave van de kerk. In 1798 besluit het voltallig gemeentebestuur tot actie. Het komt tot een schikking met de volgende inhoud:
- Met het aantal katholieken van 1165 tegenover 23 protestanten zijn de katholieken wettelijk gerechtigd tot naasting.
- De waarde van de kerk wordt bepaald op f. 9500. Dit betekent f. 8 per inwoner.
- Aan de protestanten zal dus een vergoeding moeten worden betaald van f. 184 (23 x f. 8).
- Afgestaan wordt de preekstoel met twee bijbehorende stoelen. Voorts vijftien bijbels en alle psalmboeken.
- Alle doden moeten in kerk begraven blijven.
- De toren en het kerkhof blijven van de gemeente.
De protestante gemeente stond niet te trappelen om mee te werken; integendeel, de teruggave werd zoveel mogelijk geboycot. Als tenslotte de vastgestelde vergoeding zal worden betaald, komt geen enkele protestant opdagen. Het bedrag wordt dan maar aan het armbestuur gegeven en het hele plan loopt dood. Pas in 1809 zal de teruggave een feit worden.
De kerk is dan hard aan een grote onderhoudsbeurt toe. Al eerder, in 1803, constateerde Ds. Kremer bij zijn aanstelling, dat de zwaluwen er hun nesten bouwden. In 1880 echter vond een grote restauratie plaats. In de hoofdbalk boven het middenschip werd dit vermeld, zoals bij de sloop in 1931 bleek.

