Kerkhof
Het gedenkteken voor ongedoopte kinderen
Allerzielen – wijding van het kindermonumentje (2)
Het was op het kerkhof drukker dan ooit! Meer dan 400 mensen, die grotendeels in processie uit de kerkdienst waren gekomen, stonden in een wijde boog rond het
monument geschaard. Dit monument gedenkt niet alleen de kinderen die in ongewijde aarde zijn begraven benadrukte pastoor Theo te Wierik. Het is bedoeld ter gedachtenis van iedereen die eenzaam, alleen en vergeten moest sterven.
Daan van Ee memoreerde namens het parochiebestuur de ontstaansgeschiedenis en Kees Ketelaars, die terecht trots is op zijn kunstwerk, legde de symboliek uit die hij in zijn werk heeft gelegd.
Nadat Pastoor Te Wierik het monument gewijd had kwamen de mensen het bewonderen en was het snel in bloemen gehuld. Het droeg duidelijk ieders goedkeuring en bewondering weg. Voor velen een rustplek voor het verwerken van misschien lang bestaand en onverwerkt verdriet; voor Moergestel een prachtige aanwinst.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Het gedenkteken voor ongedoopte kinderen (1)
De geschiedenis
Al in de veertiende eeuw is er in de katholieke kerk sprake van een regel die verbood om ongedoopten in gewijde aarde te begraven. Volgens de rooms katholieke traditie gingen de zielen van kinderen die vóór of kort na de geboorte overleden zonder de doop te hebben ontvangen niet naar de hemel, omdat ze niet door de doop van de erfzonde waren gereinigd.
Er bestaat door de eeuwen heen evenwel verschil van mening over deze regel. Het is immers in strijd met ieders gevoel dat onschuldige kinderen uitgesloten worden van eeuwig geluk. Zo houdt paus Pius VI (ca. 1780) de mogelijkheid open dat er een toestand in het hiernamaals bestaat waar de zielen van ongedoopte en onschuldige overledenen alleen met de ‘eeuwige teloorgang’ en niet met het hellevuur worden bestraft. Die toestand werd ‘het voorgeborchte (van de hel)’ genoemd. En omdat de Kerk over het lot van ongedoopte, gestorven kinderen geen beslissende uitspraak deed, bleef bij veel gelovigen en theologen behoefte bestaan aan een voorstelling als die van het voorgeborchte. Later ging men het al langer bestaande ‘doopsel van begeerte’ toepassen op doodgeboren kinderen: als de moeder gedurende de zwangerschap wil dat het kind gedoopt wordt geldt dat als doop.
Voor veel ouders was het achteraf een opluchting om te weten dat hun kind toch in de hemel was gekomen en niet ronddoolde in het voorgeborchte van de hel of erger. Het is uiteindelijk paus Benedictus XVI die in 2007 een eeuwenoude katholieke traditie opzij schuift en formeel het begrip 'voorgeborchte' afwijst. Hij zou met die stap de zielen van miljoenen doodgeboren kinderen willen redden. Hij loopt dan echter al achter de bestaande overtuiging van de mensen aan.
Littekens
Kardinaal Simonis onderschrijft dat heel wat Nederlandse katholieken tot de dag van vandaag de littekens van het verleden met zich mee dragen. “Er is al dan niet verborgen verdriet, frustratie of zelfs boosheid. Het verlies van een kind behoort tot het meest pijnlijke dat een ouder kan overkomen. Dat ouders en andere familieleden zich destijds door de Kerk in de steek gelaten voelden, juist op een moment dat zij de steun zo hard nodig hadden, kan ik mij heel goed voorstellen. Het verleden kan ik niet terugdraaien, maar het had anders gemoeten.”
Simonis: “Wanneer pastorale ondersteuning in deze tijd geboden of wenselijk is, dan wil ik die mede namens mijn collega-bisschoppen van harte aanbevelen. Ook het alsnog wijden van ongewijde grond waar kinderen begraven liggen, het oprichten van gedenktekens of het houden van bijzondere vieringen kunnen soms een positieve bijdrage leveren aan de verwerking van het verdriet.”
In onze tijd zijn wij ons veel meer bewust van de noodzaak van goede en intensieve rouwverwerking bij het overlijden van een kind. Simonis denkt dat de Kerk door haar geloof in het eeuwig leven – uitgedragen in gebed, ritueel en verkondiging – een belangrijke rol kan spelen in dat proces.
Moergestel
Ook Moergestel heeft zijn stukje ongewijde aarde op het kerkhof en later op de begraafplaats gekend. Ook bij ons moeten vele vaders ’s avonds het lichaampje van hun overleden kindje in een zelf getimmerd kistje of in een doos naar de grafdelver of de koster hebben gebracht. We kunnen ons moeilijk een voorstelling maken van het verdriet van die ouders. Het verlies en de gedachte dat hun kindje niet eeuwig gelukkig mocht zijn in de hemel stortte hen vaak in een diep rouwproces.
Wijlen koster Jos van de Wiel kon zich gebeurtenissen als deze nog goed herinneren. Hij kwam als koster in dienst bij pastoor Van den Boogaard in 1947. We mogen aannemen dat deze kort daarna het begraven van kinderen in ongewijde aarde afschafte, daarmee de landelijke trend in katholiek Nederland volgend.
In de doopboeken zijn geen aantallen terug te vinden omdat alleen gedoopten werden ingeschreven. Kijkend naar de jaren twintig en begin dertig van de vorige eeuw zien we een ontstellend hoog kindersterftecijfer. Gemiddeld soms dertig tot veertig procent, meestal zeer jonge kinderen, van het totaal aantal overledenen per jaar. De dokter en de vroedvrouw noteerden soms bij de aangifte: ‘heeft nog twintig minuten geleefd’, hiermede aangevend dat zij een z.g. nooddoop hadden verricht.
In de jaren vijftig verdwijnen de begravingen in ongewijde aarde.
Het monument
De begraafplaatsverzorgers namen het initiatief om voor deze kinderen en hun ouders een gedenkteken op te richten. Het parochiebestuur nam de gedachte over, daarmee vele Brabantse parochies volgend. Kees Ketelaars werd gevraagd een ontwerp te maken dat in goede aarde viel. Het monument dat op Allerzielen op de begraafplaats wordt gezegend is nu nog niet voltooid. Op onderstaande foto is de kunstenaar aan het werk.
Het monument laat een deel van een boom zien waaruit een takje met een bloem ontspringt. Deze levende boom geaccentueerd door de structuur van de schors is in brons uitgevoerd. Het kader hieromheen is een strakke roestvrij stalen koker. Deze moet gezien worden als de begrenzing van het leven. De bloem aan het uiteinde van het twijgje is in dit kader opgenomen. De symboliek hiervan is dat het kind in al zijn prilheid door die begrenzing van zijn nog korte leven tracht heen te worstelen en anders naamloos ten onder gaat. Deze bloem is in goudkleur uitgevoerd waarmee de kunstenaar de waarde van het leven uitdrukt – puur en zuiver van binnen.
De hoogte van dit geheel is 80 cm. Het staat op een betonnen sokkel met ervóór een kleine bestrating van kleine klinkertjes, waarmee de symboliek van het geheel wordt versterkt. Op het monumentje staat de tekst die voor zichzelf spreekt:
Ik vergeet u nooit!
Kijk, in mijn handpalmen heb Ik u geschreven.
(Jesaja 49,15-16)
TER HERINNERING AAN DE GELIEFDEN DIE,
WAAR DAN OOK, NAAMLOOS WERDEN BEGRAVEN,
EN BIJ HUN HEENGAAN DE WARMTE VAN
FAMILIE EN PAROCHIE MOESTEN MISSEN.
De parochie wordt verrijkt met een prachtig kunstwerk met een grote symbolische waarde. De tijd kan niet worden teruggedraaid, maar het gedenkteken kan wel een positieve bijdrage leveren aan de verwerking van nog steeds bestaand verdriet.
AW
Vernieuwingen aan Moergestelse gemeenschapsvoorziening
Kerkhof krijgt urnenzuil en overdekte absouteplaats
De begraafplaats van Moergestel heeft een paar nieuwe voorzieningen gekregen in 2009. Er is een zuil waarin asurnen kunnen worden bijgezet. De absouteplaats is overdekt. Voor de vrijwilligers die het kerkhof bijhouden wordt een verblijfplaats met onder meer toiletten gerealiseerd. Mensen die een begrafenis bijwonen kunnen daar ook gebruik van maken. “De parochie en de inwoners van Moergestel hechten veel belang aan een goed verzorgd kerkhof. Het is dan ook een taak van ons om voor deze kwaliteit te zorgen”, aldus Daan van Ee.
Als lid van het bestuur van de parochie St. Jans Onthoofding is hij verantwoordelijk voor het beheer van de begraafplaats. De inrichting daarvan valt daar ook onder en juist op dat vlak zijn in de voorbije periode behoorlijk wat inspanningen geleverd. Voor zover dat mogelijk was, werden de plannen door vrijwilligers uitgevoerd. Een voorbeeld daarvan zijn de ontwerpen van het columbarium, de vernieuwde absouteplaats en de verblijfsruimte die door de Moergestelse architect Mark Stalpers kosteloos zijn gemaakt. “Het is mijn bijdrage aan deze voor Moergestel zo belangrijke voorziening”, aldus Stalpers. Daan van Ee spreekt van een ‘gemeenschapsproject’.
|
|
![]() |
| Overzicht begraafplaats |
Urnenzuil |
Begraven en cremeren
Op het Moergestels kerkhof liggen ruim 1000 mensen begraven. Kenmerkend voor Moergestel is dat de meeste mensen kiezen voor begraven. Ongeveer tien procent laat zich cremeren. In Tilburg ligt dat percentage tussen de 40 en de 50 procent. Deze verhoudingen tussen dorp en stad zijn in de rest van Brabant overigens hetzelfde. Gemiddeld overlijden in Moergestel veertig mensen per jaar. Dit betekent dat vier van hen kiezen voor crematie. Er wordt echter rekening mee gehouden dat het crematiepercentage oploopt tot tussen de 15 en de 20 procent.
Op deze ontwikkeling inspelen is een van de redenen waarom het parochiebestuur heeft besloten tot een urnenzuil. Daarnaast blijkt daar nu al behoefte aan te bestaan. De urnenzuil staat inmiddels op het ongebruikte gedeelte van het kerkhof. De voorziening is mooi aangelegd. In deze zuil van anderhalf bij twee (hoogte) meter kunnen veertig urnen worden bijgezet. Naarmate de behoefte groeit, kunnen meer zuilen verspreid over het kerkhof worden gebouwd.
Absouteplaats
Bij het verhogen van de kwaliteit van de begraafplaats hoort volgens Daan van Ee nadrukkelijk ook het overkappen van de plaats waar
afscheid wordt genomen van de overledene. “Dit is een zeer belangrijk moment. Ook bij slecht weer wil je dat dat waardig kan gebeuren”, motiveert Daan van Ee de overkapping van de absouteplaats. In dezelfde sfeer laat hij zich uit over de voorziening voor de vrijwilligers die de begraafplaats bijhouden. Zij maken daar zoveel werk van, dat ze een paar jaar geleden de Moergestelse vrijwilligersprijs hebben gekregen. “Ze kunnen nu ter plaatse niet hun handen wassen of naar het toilet”, aldus Daan van Ee. Als deze voorziening toch wordt gerealiseerd, kunnen daar ook mensen gebruik van maken die een begrafenis bijwonen.
Gereedschapsruimte op ons kerkhof

Kerkhof







