W23 7e zondag van Pasen Overweging
4-5 juni 2011 Zevende Paaszondag ( A-jaar) Overweging
Lezingen : Eerste lezing (Handelingen 1,12-14) , tweede lezing (1 Petrus 4,13-16) en Evangelie (Johannes 17,1-11a) met een hoofdgedachte: Ik bid voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren… Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals wij…
Beste zusters en broeders die geloven in de kracht van de hoogfeesten van Hemelvaart en het komende vurig Pinksterfeest, het feest dat inzicht brengt in de mens door de Geest van God, de adem van de Ontzagwekkende.
Onlangs was er op Vlaamse Canvas zender in ‘Ter zake’ een interview met Herman van Rompuy, de president van Europa. De president was in China geweest. Hij had er de bisschop van Shangai ontmoet. Die had op hem een geweldige indruk gemaakt. Een ‘heerlijk’ man. Hij had 27 jaar doorgebracht in een strafkamp onder het vroegere communistisch regime. Herman van Rompuy vroeg hem hoe hij dat beleefd had zonder eraan ten onder te gaan. Het antwoord kwam onmiddellijk en was eenvoudig: ‘Door het gebed.’
Wij, Karin en ikzelf begeleiders aan de 3 daagse abdij- en bezinningsdagen in Vessem of in Arnhem, Achel of Westmalle in stilte, bezinning, gebed en rust, stellen op het einde van deze dagen aan de deelnemers de vraag: “Wat vond je van onze bewuste keuze om aan te sluiten bij het getijdengebed van de monniken en monialen…?” Alle deelnemers beantwoorden deze vraag met een gemiddelde waardering van 8,5 op 10. Een cijfer is maar een cijfer, toch zegt dit cijfer voor ons veel. Wij voelen het zelf niet aan in deze soms drukke, chaotische tijd dat het goed is als wij ons even terug trekken om de dagelijkse drukte te ontspringen en te vertoeven in stilte. Daardoor krijgen wij een beter inzicht in het eigen bestaan en kunnen wij veelal met meer moed en geestdrift weer aan de slag.
Vandaag horen wij in het evangelie een voorbeeld van bidden en heel speciaal: bidden voor anderen. Jezus bidt voor zijn leerlingen, voor de zijnen, zoals Johannes het zo innig zegt. Jezus schept met zijn bidden een ‘heerlijke’ band voor een Godsbeleving door Zijn aanwezigheid en nabijheid. Het spreekt vanzelf dat die ‘heerlijkheid’ met God anders is dan in een menselijke liefdesrelatie. God is niet zichtbaar en niet tastbaar. We kunnen Hem letterlijk niet in de armen vallen. En toch zingen de monniken en monialen in hun avondgebed (de Completen) de ontroerende zang: ‘Vader in uw handen beveel ik mijn geest’ en ‘Custodi nos Domine ut pupillam oculi tui.’ (Bewaar ons Heer als uw oogappel.) Het klinkt zo veel mooier in het Latijn!
En wij bidden toch ook. Bidden voor onze mensen die ons dierbaar zijn, ieder op zijn, of op haar manier. Sommigen steken een kaarsje aan, anderen gebruiken hun religieuze welsprekendheid of éénvoud of prevelen om hun geliefden bij God aan te bevelen.
Maar waarin maakt Jezus - die God de liefdevolle vader Abba noemt - nu zo groot in zijn bidden zoals wij gehoord hebben in het Evangelie? De woorden die Hij uitspreekt voor zijn dierbaren, spreekt hij uit de avond vóór zijn dood. Ik vermoed als wij zouden weten dat ons stervensuur nabij is of als er een groot lijden op ons afkomt wij uit angst voor ons zelf zouden bidden omdat wij met de doodsgedachte worstelen en om persoonlijke kracht vragen.
En toch …is het ontroerend en staan wij in verwondering dat Jezus niet aan zichzelf denkt.
Kunnen wij dan van Jezus leren hoe wij moeten bidden in de wereld van vandaag voor onze medemens en onze metgezel?
Ik denk van wel daar Jezus bidt onder deze gedachte: omdat wij allen één zouden mogen
worden … en dat wij de geest zouden krijgen…omdat wij heerlijke vreugde zouden mogen ervaren en behouden.
Als wij gelovigen bidden, denken en bidden wij veelal voor een korte termijn. Voor een bepaalde dringende aangelegenheid, een bepaald moment in het leven waarvan we nu éénmaal vinden: dit moet lukken of anders is dit het einde.
Jezus echter leert ons bidden voor een lange termijn, voor de diepe dingen waar het uiteindelijk om gaat: de éénheid onder alle medemensen door een persoonlijke zuivere ingesteldheid en mentaliteit dat het ware leven geeft. Jezus vraagt: doe zoals ik deed en dwing God niet in een welbepaalde richting…meestal voor mij zelf.
Jezus vraagt door en in het gebed: Neem je medemens hartelijk vast, heel hun wonden, laat ze bij jullie wenen, vier met hen Kana met overvloedige wijn, steun de mensen achter de tralies, bevecht sociale onrechtvaardigheid in eigen gezins-, familie- en werkkring.
Kortom, bid met Mij in het herkenen van Mij in jouw medemens dicht bij jou en ver van jou verwijdert.
Jezus bad niet dat Petrus een flinke bisschop van Rome zou worden, dat Johannes een goede gezondheid zou hebben,dat Jacobus een goede overweging zou houden, dat Thomas een boek zou schrijven. Jezus bidt voor de diepere dingen die in alle levensomstandigheden, hoe die ook verlopen belangrijk zijn, waarbij God zal zorgen voor elk uniek mens-en-kind gedragen in zijn handpalm. Maar is dat niet al te gemakkelijk zo alles aan God over te laten?
Heeft het wel zin alles aan God te vragen als je weet dat de mensen het zelf moeten doen?
Neen, het is zeker niet zo, als wij voor onze medemensen bidden, dat wij nadien dan onze handen mogen wassen en zeggen: voila, ik heb gebeden en God moet er nu maar zijn plan mee trekken. Bidden voor onze medemens betekent niet dat wij onze verantwoordelijkheid op God gaan afschuiven om zelf met rust gelaten te worden in de stilte van de natuur, onze meditatieruimte, in de huiskring of in een abdij.
Wij zien en horen zeer duidelijk bij Jezus dat hij doet wat hij bidt: wat hij aan God voor zijn vrienden vraagt, dat heeft hij hen al de voorbije jaren reeds gegeven: eenheid, geloof, vreugde, een andere geest, een andere oprechte ingesteldheid. Jezus heeft het aan allen die met Hem in contact kwamen met hart en ziel gegeven. Zo is het ook met ons. Als we echt iets doen met hart en ziel voor de onzen, dan gaan we ook zo voor hen bidden. Als wij zo gebeden hebben, kunnen wij ook beter handelen. Er is geen tegenstrijdigheid tussen bidden en doen. Doen leidt naar bidden. Bidden brengt ons weer tot beter doen. De rode draad in het dagelijks leven van de monniken en monialen: Ora et labora of bid en werk.
Zo ook gaan wij – Karin en ikzelf - op vraag van de St. Jansonthoofding parochie in september naar de abdij in Oosterhout met als thema: Naar U gaat mijn verlangen. Daar zullen wij met de deelnemers in stilte en rust praktische inzichten ervaren van een andere eenvoudige manier om de Heer te ontmoeten door na te denken en te bidden wat er in de Schrift staat. Laat het duidelijk zijn het zal geen studiemethode zijn over de vier traditionele stappen van Lectio Devina: lezen, overwegen, bidden en overschouwen. Enkel een eerste kennismaking in een ontspannen, rustige en stille sfeer in de nabijheid van de zusters die hun hele leven wijden aan het gebed.
Beste zusters en broeders aan het einde van dit evangelie zegt Jezus dat Hij in ons verheerlijkt is. Misschien nog niet helemaal en ook niet altijd. Maar het is een fascinerend geloofsavontuur om ‘heerlijke’ christen-mens te worden, te zijn en te blijven in deze opstandingstijd van Pasen, in afwachting van het feest van Pinksteren en ook erna.
Amen.
Jan Daem

