W43 32e zondag d.h. jaar 5-6 november 2011

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

32ste zondag d.h. jaar  A 5- 6 november 2011 Overweging
(1 Tessalonicenzen 4,13-18 - Matteüs 25,1-13)

Beste zusters en broeders die door de voorbije feestdagen van Allerheiligen en Allerzielen geloven dat ons levenseinde niet het allerlaatste einde is.
Probeer U even te verplaatsen op een huwelijksfeest in het toenmalige Palestina waar Jezus leefde. Op de vooravond van ‘de grote dag’ ging de joodse bruidegom zijn bruid afhalen in het huis van haar ouders. Ze werd dan feestelijk in een draagkoets naar zijn ouderlijk huis gebracht voor de huwelijksviering. Een lange stoet van vrienden en vriendinnen… een stoet met muzikanten en bruidsmeisjes, met elk in hun hand een olielampje. Een vrolijk feest ondersteund op de tonen van de luit en lier. 
Heeft u ooit zo een olielampje gezien? Misschien in het Romeins museum van Tongeren of van Maastricht? Het ziet eruit als een klein schuitje, meestal in gebakken klei, dat je in de palm van je hand kan houden. Met je andere hand bescherm je dan het kleine vlammetje tegen de wind. Met zo’n antieke zaklampje heb je wel je handen vol. Je kunt dat lampje ook niet boordevol olie doen als je ermee over de hobbelige straat moet. Morsen met olie is nooit prettig, en zeker niet als je met je mooie kleren naar een bruiloft gaat. Je doet dan ook maar èèn vingertje olie in je lamp. De olielampjes bleven daardoor maar een beperkte tijd branden.

De bruidsmeisjes zijn allen even waardig. Allen zijn zij even mooi, allen zijn zij uitgenodigd tot de bruiloft, allen hebben zij een lamp. Allen zijn zij verantwoordelijk voor hun lamp. Echter de onverstandige bruidsmeisjes hebben geen olie meegebracht. Maar juist, als haar de olie ontbreekt, dan is het alsof haar alles ontbreekt. Zonder olie is het alsof zij niet mooi zijn, alsof zij niet uitgenodigd zijn tot de bruiloft. Plots worden ze dan wakker geroepen: ’De bruidegom is daar…’ Verzamelen geblazen! De vijf verstandige meisjes konden onmiddellijk hun olielampjes in brand steken. De vijf onverstandige hadden geen reserveolie meegenomen en vroegen olie aan de slimme meisjes. Die vonden echter dat er niet genoeg olie was voor hen en de anderen samen. Het vervolg kennen jullie maar al te goed….het feest was al in volle gang en bij aankomst bij het huis van de bruidegom is alles op slot waarbij ik, wij en de domme meisjes horen: ‘Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet”.

In het portaal van de kathedraal van Erfurt in Duitsland is deze parabel uitgebeeld. Als je uit de kerk komt, zie je rechts de lachende, slimme meisjes met hun brandende olielampjes staan. Links staan de domme meisjes met gedoofde olielampjes. Ze staan er beteuterd bij. Je kunt de wanhoop van hun gezichten aflezen. Er gaat geen licht van hen uit.
Wie binnen in de kerk het evangelie heeft aanhoord, zal terug buiten naar de wereld toe gaan, en op die drempel moeten kiezen: voor de verstandige meisjes rechts of voor de domme links.
Het is goed dat ook wij eens onze keuze evalueren. Met nog twee zondagen te gaan zijn we aan het einde van het kerkelijk jaar. Hoe is het gegaan met ons christelijk geloven het voorbije jaar? Hoe gaan we het nieuwe kerkelijk jaar in?
In Jezus’ tijd dacht men dat het zgn. einde van de tijden, dat wij ‘het laatste oordeel noemen’, voor de deur stond. Daarom wordt deze parabel verteld. Het was een oproep om alert te zijn. De tekst eindigt dan ook met de woorden: ’Wees waakzaam, want je kent dag noch uur.’
Vandaag leven wij niet meer in die gespannen verwachting van de eindtijd. We leven in het heden, in het hier en nu. ‘Het koninkrijk van God is midden onder U’ staat centraal in de Blijde Boodschap. We moeten olielampjes dragers zijn zoals de bruidsmeisjes, om de bruidegom die Christus is, in ons midden aanwezig te zien. Want met Jezus Christus is het koninkrijk Gods inderdaad gekomen; in zijn persoon, zijn spreken en handelen. Door de zending van zijn Geest doet Jezus een appèl op ons om zijn aanwezigheid aan het licht te laten komen. Dat vraagt van ons openheid, ontvankelijkheid, actie, dynamiek, bewogenheid en gedrevenheid om dat Rijk van vreugde, vrede, gerechtigheid en liefde handen en voeten te geven. Enkel in een wakkere gemeenschap kan dat.

Soms hebben we de indruk dat wij, christenen, ingedommeld zijn. We laten onze stem zo weinig horen. We zijn te weinig verontwaardigd over de vele misstanden in onze samenleving: de bankencrisis, de graaicultuur, de bonussenexcessen, de verharding en verkilling van de maatschappij. We leggen ons zo gemakkelijk neer bij de feiten, denkend dat er toch niets aan te doen is.
Verontwaardiging is een eerste stap naar bewustwording. Alleen als we onze verontwaardiging uiten, zetten we een stap naar verzet. Alleen als we ons verzetten, kan er iets veranderen.
Het christendom is niet meer triomfantelijk groots en machtig. Het is kleiner geworden. Maar het spreekt wel over het wezenlijke. Het kan profetisch spreken en de vinger op de wonde leggen. De christelijke kerken zijn vrij om te spreken. Ze mogen zich echter niet te veel in zichzelf keren om de eigen binnenkerkelijke problemen op te lossen. De kerken, zullen hun eigen problemen maar te boven komen, als ze zich richten naar de wereld en naar de mens van deze tijd.
Toen een goede vriend van de befaamde Braziliaanse bisschop Helder Camera naar hem toeging op het einde van zijn leven, vroeg hij hem om een afscheidswoord. Het bleef lang stil. Toen zei Helder Camera: ‘Je moet volhouden met profetisch te spreken.’

Beste zuster en broeders, we mogen niet indommelen zoals de onverstandige bruidsmeisjes. We moeten ons laten wakker schudden. Ons gelovig hart moet als een brandend olielampje – met veel reserveolie erbij - licht geven in het nachtelijk duister van onze samenleving. We moeten volhouden profetisch te spreken vanuit de Geest van Jezus. Het nieuwe kerkelijk jaar dat straks begint, is een uitdaging om opnieuw te kiezen. Dagelijks worden wij geconfronteerd met de vraag: ’Wat doe jij voor dat Rijk Gods midden onder U?’ en weet: “Wees waakzaam, want gij kent dag noch uur.” Amen.

Jan Daem