W 46 34e week d.h. jaar A 190-20 nov. 2011 Overweging

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

19 – 20 november 2011 Het feest van Christus Koning
Boven de gekruisigde Jezus stond het al geschreven: dit is de koning der joden

Openingswoord, inleiding van de lezingen:
Vandaag op de laatste zondag van het kerkelijk jaar vieren we het feest van Christus Koning. In de tijd van het Rijke Rooms leven, toen dit feest nog op de laatste zondag van oktober werd gevierd,  was dit een groots feest met processies en aanbidding. Het was een dag waarop je fier was, trots om katholiek te zijn en door een overvolle kerk galmde het lied: Aan U o koning der eeuwen aan u behoort de zegenkroon. In de evangelielezing over Christus als Koning horen we dat in deze persoon een dubbelheid zit. Bij het beeld van een koning past pracht en praal, een troon en een kroon. Maar het evangelie zet ons op een ander spoor, Christus als Koning wordt zichtbaar, laat zich zien in elke mens in nood. Of als een herder die bekommert is om zijn schapen zoals we horen in de eerste lezing.  Huub Oosterhuis schreef in zijn lied: Gij de geroepen hebt: Licht.. de mooie tekstregel: Voor uw naamgenoten in ons midden, vluchtelingen, vreemdelingen, wees niet niemand.

Overweging:
Bij het voorbereiden van deze overweging moest ik denken aan het sprookje van de “Nieuwe kleren van de keizer”. Misschien kent u het wel, de nieuwe kleren die gemaakt werden, hadden de wonderbaarlijke eigenschap dat ze onzichtbaar waren voor diegene die niet voor zijn werk deugde of die onvergeeflijk dom was. Zoals  "De nieuwe kleren van de keizer" wordt ook wel eens gezegd, het is een uitdrukking voor een dwaze gewoonte of beslissing, die iedereen afkeurt, maar waartegen niemand protesteert. Omdat men bang is om door de andere uitgelachen te worden niet voor vol aangezien te worden.                                                   

De moraal van het sprookje gaat erover dat je je niet beter of anders voor moet doen dan je bent. Niet alleen uiterlijk vertoon, het gaat om de manier waarop je je leven leeft, je dagelijkse dingen doet.

Het nieuwe kleed van de keizer, van de Koning,  blijkt vandaag geen koningsmantel te zijn maar een herderskleed. Het feest van Christus Koning werd pas in 1925 ingesteld door paus Pius XII, toen al als reactie op eigenbelang en materialisme. De mens leek zich oppermachtig te voelen en niet langer een God boven zich te erkennen. Daar moest dit feest tegenover staan. Met de liturgievernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie werd het feest van Christus Koning verplaatst naar de laatste zondag van het kerkelijk jaar. En daarmee kreeg het een ander accent. Nu nog even feest vieren voordat we volgende week met de advent , een periode van inkeer en zelfonderzoek in gaan. Over vier weken vieren we de nederige geboorte van onze Verlosser. Hij komt ter wereld in een stal, maar zal toch ‘Koning van het Heelal’ worden. Zo’n overrompelende gebeurtenis vraagt geestelijke voorbereiding.
Zoals onze Paus Benedictus nu schrijft over het Christus Koning feest als een tegengeluid tegen  “de dictatuur van het relativisme die onze wereld regeert”. Alles zou relatief of betrekkelijk zijn omdat het tegenwoordig getoetst wordt aan het toeval, aan de waan van de dag. Dit betekent ook dat de manier waarop we als volwassen verstandige mensen willen leven er eigenlijk niet meer zo toe lijkt te doen. Ach maak je niet druk morgen ziet de wereld er toch weer anders uit. We zijn afhankelijk geworden van de wispelturigheid van nieuwe afgoden. 
Maar er komt een nieuw geluid, in de evangelielezingen van de advent zullen we dan ook steeds horen dat we op wacht moeten staan, waakzaam moeten zijn.
Waakzaam tegen dat sluipende relativisme in ons zelf. Waarmee we ons geweten sussen met, ach het maakt toch niets uit hoe ik erover denk. De wereld is van de diegene die het hardste roept en het vaakst op TV en in de kranten te zien is. Maar tegen de manier van denken, dat ‘wij er niet toe doen’ moeten we op wacht staan. Want ik denk dat het er juist wel toe doet hoe we persoonlijk in het leven staan. Welke keuzes we maken, waarom we iets wel of niet doen!
Ook waakzaam tegen dat sluipende relativisme in ons zelf betreffende ons geloof. Ach, wat doet het er nog toe, geloof jij nog? Als je niet oplet sijpelt daarmee het geloof langzaam uit je binnenste uit je hart weg zonder direct te beseffen wat we daarmee verliezen.

Vandaag op het feest van Christus Koning wil ik niet terug naar het oude Roomse katholieke, triomfalisme. Maar ik wil wel terug naar dat persoonlijke gevoel van fierheid, van trots op ons geloof. En daarvan wil ik op mijn manier getuigen, een tegengeluid laten horen tegen het relativisme dat God er niet meer toe doet. Door God en Jezus weer in ons leven te benoemen door ervoor uit te komen, te laten zien dat deze belangrijk zijn, er werkelijk toe doen. Daarmee wil ik ook de beeldvorming, het beeld dat men vaak heeft van gelovige mensen dat ze star en dogmatisch zouden zijn, aanpassen. Wij zijn niet dom of ongeschikt zoals de raadsheer in het sprookje van de keizer die maar bleef vertellen hoe mooi dat onzichtbare kleed was. En die niet durfde te lachen toen iedereen zag en begreep dat de keizer in zijn blootje paradeerde. Iedereen begrijpt dat het niet om uiterlijke opsmuk gaat, niet om troon en kroon, maar om ieders persoonlijke dagelijks zichtbare moed om het kleine kwetsbare te ondersteunen. Het doet er toe!

Jeanne Ketelaars