Driekoningen 7-8 januari 2012 Overweging

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

Driekoningen 7 en 8 januari 2012

Rondom het kerstverhaal uit het evangelie zijn in de loop der eeuwen allerlei nieuwe verhalen ontstaan. De geboorte van God's Zoon is niet zomaar te begrijpen; dat moet uitgelegd worden in gewone-mensen-taal. Dat het nieuws over de geboorte van God's Zoon onder de mensen, niet beperkt mocht blijven tot de toenmalige bewoners van Bethlehem en Judea, was ook snel duidelijk. God's Zoon kwam immers op aarde voor ons allemaal.
Die drie wijzen uit het oosten, uit de landen romdom Judea, zo wordt verteld, waren eigenlijk de eerste buitenlanders die met de kerstboodschap in aanraking kwamen. Maar het waren ook niet de eerste, de besten die op zoek gingen naar dat pasgeboren kind, dat wel een heel bijzonder iemand moest zijn. Volgens hen moest het zeker een belangrijke koning worden, een wijze leidsman. Zo hadden zij in oude boeken gelezen en hadden zij ontdekt uit de stand van de sterren.

Van Caspar wordt verteld dat hij een rijke, blanke koning was. Hij had immers goud in de aanbieding. Hij was op zoek naar het antwoord op de vraag: hoe wijs moest je zijn om je land goed te besturen. Hij had die heldere ster gezien, en hij geloofde vast dat die hem naar het juiste antwoord zou brengen.
Melchior wordt altijd met wierook afgebeeld en hij is daarom hoogstwaarschijnlijk een belangrijk priester geweest. Wierook werd immers in de tempels gebruikt om de goden gunstig te stemmen. Maar hij wilde wel eens weten hoe je God nu werkelijk kon eren en zo de weg naar het eeuwig leven vinden.
Balthasar is de zwarte koning; hij kwam vast uit Afrika. Hij had mirre bij zich. Een kruid dat bij het balsemen wordt gebruikt en dus naar de dood en het verdriet verwijst. Zijn vragen betroffen het lijden van de mensen en hoe dat te overwinnen.
Deze drie mannen, ieder met zijn eigen belangrijke vragen, treffen elkaar onder die blinkende ster, die hen een bepaalde kant uitstuurt. Omdat het mensen van aanzien zijn, reizen ze met groot gevolg: dienaren, paarden en kamelen. Zoals het hoort gaan ze dus eerst naar de belangrijkste stad, naar het centrum van de macht en de wetenschap. Misschien, denken ze,  vinden we daar die pasgeboren koning en het antwoord op onze vragen.

Maar ze zitten helemaal verkeerd. Ze hadden niet goed op de ster gelet. In die hoofdstad kwamen ze een nieuwsgierige praatjesmaker tegen, waar ze niet veel aan hadden. Ze letten nu wat beter op hun ster en komen dan uiteindelijk bij die bouwvallige herdersstal en niet bij een koninklijk paleis. Woont hier de pasgeboren koning der Joden? Krijgen we hier het antwoord op onze vragen?
Hier, waar een pasgeboren kind ons toelacht, en zijn ouders ons vriendelijk welkom heten?  Hun geschenken vallen in het niet bij wat ze ervoor terugkrijgen. Het is geen rechtstreeks antwoord op hun vragen, geen pasklare oplossing voor het besturen van een land, voor het verkrijgen van het eeuwig leven of voor het wegnemen van verdriet.
Wat ze daar zagen was een voorbeeld van absolute puurheid, volkomen overgave, echte liefde. Ouders die het kwetsbare en prille leven beschermen. Wat ze daar zagen aan behoedzaamheid, aan zorg voor elkaar, dat hield een boodschap in; het was een opdracht. De drie wijzen kregen hier een lichtend voorbeeld te zien, dat als een ster hen de weg zou wijzen; terug naar hun land en hun eigen mensen. Nee, ze hoefden niet meer langs Herodes terug: die had hun niets meer te vertellen.

Caspar wist nu dat je een land bestuurt door zelf een goed voorbeeld te zijn. Melchior besefte dat je God pas eert door voor mensen op te komen en Balthasar begreep nu dat je het lijden van mensen verlicht door mee te lijden.
Zo zijn ze terug gegaan naar hun eigen land, vol van nieuwe gedachten.
Nemen wij deze drie wijzen als voorbeeld: ze waren zo wijs dat ze zich op andere gedachten lieten brengen.

Ben Dobbelaer