Een tijd van komen en een tijd van gaan
"Er is een tijd van komen en een tijd van gaan"
Aldus Pastor Mieke Dik in haar overweging
“Hier in huis zijn al lang veranderingen gaande, zusters vertrokken, hun plaatsen werden door anderen in genomen. En nu nog meer veranderingen. Het zal wennen zijn, waarschijnlijk zal het ook hier en daar pijn doen. Maar God, die niet gebonden is aan tijd, zal in zijn ondoorgrondelijkheid met ieder van ons blijven meegaan.

Tijd wordt door iedereen anders beleefd, voor kinderen kan het een eeuwigheid lijken voordat ze weer jarig zijn, terwijl het voor volwassenen soms lijkt of de beslommeringen van de vorige verjaardag nog maar net voorbij zijn of de volgende dient zich alweer aan. Soms lijkt tijd een eeuwigheid te duren. En soms kruipt de tijd. Er is niets in het leven dat zich niet voltrekt in de tijd.
Eerst iets over het boek Prediker waaruit de eerst lezing genomen is.
De Hebreeuwse naam Kohelet duidt op de voornaamste spreker, de voorganger, de man waarnaar het verzamelde Israël luisterde. Deze voorganger relativeert uitdrukkelijk de toegenomen welvaart en de technische vooruitgang, hij ziet dat mensen daar hun veiligheid, hun geborgenheid aan willen ontlenen, Prediker wil aangeven dat geld en techniek geen zekerheid in het leven geven, hij wil de vergankelijkheid en onbestendigheid van de dingen benadrukken. Ook in deze tijd zou een relativering van bv. het materialisme op zijn plaats zijn. Het is een gegeven waar we niet voor weg kunnen lopen.
Het thema tijdelijkheid en vergankelijkheid houdt mensen van alle tijden bezig, het is voor velen een zeer beangstigende gedachte. Zo schreef Augustinus al in zijn Belijdenissen: “Geheel deze wonderschone orde dezer dingen zal voorbij gaan, nadat ze hun tijd hebben gehad, en zoals er bij hen een morgen was, zal er een avond zijn.” Hij legt hiermee de nadruk op het voorbijgaande karakter van het leven. De mens is altijd op weg. Zijn leven verandert voortdurend. Dat blijkt ook uit verhalen uit de schrift: Abraham was met zijn familie op weg Mozes zwierf door de woestijn en Maria en Jozef vluchtten met Jezus naar Egypte. En ook in figuurlijke zin, zijn we steeds in beweging, onderweg. Zijn we nog dezelfde mensen, die we, zeg maar, tien jaar geleden waren? Mensen die mij of U tien jaar niet gezien hebben, herkennen mij en U natuurlijk, en zeggen er soms ook nog bij, dat we niets verandert zijn, maar we weten allebei natuurlijk dat dat niet waar is. De tijd trekt sporen in ieders leven, van binnen en van buiten.
De lezing van vandaag komt tot ons als een gedicht. Het bestrijkt de tijd in vele facetten. Ze laten ons zien dat alle dingen hun tijd en hun plek hebben in het geheel. Alles heeft zijn uur! Niets is nieuw en alles komt terug. De tijd haalt adem, ademt in en ademt uit, steeds weer. Ik spreek uitdrukkelijk over de tijd als adem, en wel hierom: het boek Prediker begint met: alles is lucht en leegte. Dat heeft de lading van zinloosheid en nutteloosheid gekregen: immers wanneer alles zijn tijd heeft en vergankelijk is, wat is dan de waarde van het leven? Maar lucht, adem, was het niet Gods adem, die toen de aarde nog woest en leeg was over het water zweefde? Vol van belofte.
De nadruk op vergankelijkheid is niet het enige beeld dat Prediker ons laat zien, er staat ook in dat alles wat God doet voor altijd blijft: er alt niets aan toe te voegen en niets gaat er af. En even verderop: Alles wat hij doet is goed op zijn tijd. Maar hij zegt ook dat Gods werk van het begin tot het einde ondoorgrondelijkheid is. Misschien is het wel in deze ondoorgrondelijkheid dat er iets van God zichtbaar wordt.
Hoe kunnen wij ons verhouden tot dit soms dreigende besef van de tijdelijkheid? Dat kan op veel verschillende manieren. De dag plukken, genieten en het er goed van nemen, zoals Prediker ons herhaaldelijk aanraadt, dat kan . We kunnen ook proberen uit de realiteit weg te vluchten, te proberen haar te ontkennen of te verachten. De andere mogelijkheid die ik hier wil noemen is het in vertrouwen aanvaarden van de tijdelijkheid . Vertrouwen omdat we uiteindelijk geborgen zijn in de ondoorgrondelijkheid van God zelf. Dat durven vertrouwen betekent hard werken, want naast het vele goede dat ons overkomt, zijn er ook momenten van verdriet, angst en verlatenheid, die ons zomaar kunnen overvallen.
Prediker vraagt naar het leven te kijken als een gave van God, een tapijt waarin menselijke mogelijkheden en onmogelijkheden in een bont patroon met elkaar verweven zijn. In dat tapijt zit niet éne rode draad die ons leven zinvol maakt. Zouden we immers die rode draad eruit trekken dan zou het hele tapijt uit elkaar vallen. Het is immers niet die ene draad, maar het zijn alle bonte kleuren die het tapijt samenhang, structuur, warmte en profiel geven. Ons leven, zoals we dat in de loop van de tijd gestalte geven en weven!
Naast vertrouwen in de omgang met het tijdelijke, zou ik nog een paar woorden toe willen voegen als mogelijkheid om om te gaan met de tijdelijkheid en ondoorgrondelijkheid van het bestaan.
Om te beginnen hoop. Hoop is de toon waarop alles afgesteld in het christendom. Paulus wijst ons er op dat geloof hoop en liefde altijd blijven bestaan. Hoop gericht op het nog niet-zichtbare, dat wat komen gaat, het klinkt vol verwachting. Een oriëntatie op de toekomst, terwijl Prediker zijn oriëntatie heeft in het nu. Twee oriëntaties. Enerzijds de christelijke hoop - welke duidelijk naar voren komt in het Nieuwe Testament – die zich richt op de toekomst. En Prediker gericht op het heden. Het heden als ankerpunt van waaruit we onszelf proberen te verstaan. Beide uitgangspunten moeten we in onszelf zien te verenigen. Lukt dit dan maakt hoop, ons in het nu, open voor een toekomst die naar ons toekomt. Zo kunnen wij in openheid ontvangen wat naar ons toekomt en afscheid nemen wanneer we los moeten laten. Dit openstaan, is geen gemakkelijke opgave. Het vraagt moed.
Moed is het derde woord dat ik hier wil noemen. Rilke zegt daarover: “In feite is de enige moed die van ons verlangd wordt: het moedig zijn tegenover het vreemdste, wonderlijkste en ondoorgrondelijkste dat ons kan overkomen.” Door deze ondoorgrondelijkheid valt er voor de mens soms weinig te plannen en daarin ligt natuurlijk ook iets avontuurlijks. Het avontuur dat wij moeten aangaan om op een open manier het leven tegemoet te treden.
Hier in huis zijn al lang veranderingen gaande, zusters vertrokken, hun plaatsen werden door anderen in genomen. En nu nog meer veranderingen. Het zal wennen zijn, waarschijnlijk zal het ook hier en daar pijn doen. Maar God, die niet gebonden is aan tijd, zal in zijn ondoorgrondelijkheid met ieder van ons blijven meegaan.
Ik wens ons alleen veel vertrouwen, hoop en moed.
Van God is het verleden, het heden en de toekomst. Vol vertrouwen, hoop en moed gaan we de toekomst tegemoet, zoals we zo vaak gezongen hebben: van U is de toekomst kome wat komt."

