W4 3e zondag d.h. jaar B 21-22 januari 2012

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

3e zondag door het jaar  - B - 21 en 22 januari 2012
Jona 3,1-5.10         Marcus 1,14-20

De profeet Jona zit op het schip met een heidense bemanning. Dan steekt er een zware storm op. De bemanning is bang dat het schip in tweeën breekt en men gooit de lading overboord en men begint te bidden tot de vele goden. Intussen ligt de profeet Jona, onder in het schip, in een diepe slaap. De kapitein maakt hem wakker en vraagt: ‘Doet het je niks dat we vergaan?’
De bemanning gaat loten welke god van welk bemanningslid of passagiers de schuld van dit alles is en het lot valt op de profeet Jona.
Toen zeiden ze tegen hem: ‘Vertel ons: Hoe komt het dat deze ramp ons treft? Wat doe je hier aan boord? Waar kom je vandaan? Uit welk land kom je? Bij welk volk hoor je?’ Jona antwoordde: ‘Ik ben een Hebreeër en ik vereer de HEER, de God van de hemel, de God die de zee en het land gemaakt heeft.’ De mannen werden doodsbang, en toen ze van hem hoorden dat hij was weggevlucht van de HEER, zeiden ze tegen hem: ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ En ze vroegen hem: ‘Wat moeten we met je doen, dat de zee ons met rust laat?’ Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger. Jona antwoordde: ‘Gooi me in zee, dan zal de zee jullie met rust laten. Want ik weet dat het mijn schuld is dat deze storm zo tegen jullie tekeergaat.’

Vervolgens weten we dat een grote vis hem opslokte en hem meenam naar de diepste diepten van de zee en Jona na enkele dagen uitspuwde op het strand bij de grote heidense stad Nineve. Jona was voor zijn en onze God weggevlucht. Bang om wat hem te wachten stond. Bang om wat hij moest gaan doen. Nee, toch maar liever een ander leven met minder zorgen. Liever een leven wat iets aangenamer is.
Maar nee! De God van Jona, onze God, pakt Jona en God laat hem niet los. God brengt Jona tot in het diepst van het schip en tot in de diepste diepten van de zee…opgeborgen in de buik van de grote vis…enkele dagen om eens goed na te denken…om vervolgens Jona daar op het strand te zetten bij de grote heidense stad Nineve met meer dan 100.000 inwoners.
Dáár, Jona, wil ik, God, jou hebben en verder geen streken meer. Je doet waarvoor ik je nodig heb.

Het was voor mij al weer eventjes geleden dat ik dit verhaal gelezen had maar ik vond het opnieuw weer prachtig. Ja…zo gaat God met mensen om. Zo gaat God ook met jou en u en mij om. Hier jij…Ik, God, ik heb jou nodig. Je kunt wegvluchten maar ik zal je vinden tot in elk uithoekje van de aarde. Tot in het binnenste van het schip tijdens een zware storm.
Hoe dikwijls vluchten wij in onze tijd? ‘Ik heb geen tijd’. ‘Ik begin daar niet aan…onbegonnen werk…!’ We horen het elkaar dagelijks roepen.
Wij willen God graag inpassen in onze eigen de gedachten gang. Wij maken wel uit wat God wil en wie God is. En zo is het niet zo verwonderlijk dat mensen zeggen dat religie, deze vorm van religie, oorzaak is van heel veel ellende.
We hebben het vandaag opnieuw bij Jona gezien die ook zijn eigen godsbeeld had gevormd.
Vandaag zien we ook dat Jezus een eigen beeld van God heeft: ook tegen de gangbare opvattingen van die dagen in. Zijn Godsbeeld is er een van het goede nieuws maar, anders dan Jona, sterft Hij in de schaduw van een kruis. Zijn Godsbeeld is niet welkom in zijn dagen.

Graag wil ik u en jullie vandaag deze gedachten meegeven.

Pastor Theo te Wierik  msc