Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

God heeft een hart God heeft handen.                                                                                Weekend van 12 en 13 februari 2011

Eerste lezing uit de viering
Litanie van de geroepenen.
Abraham hoorde een stem: “Ga op weg”. Abraham ging en vond zijn bestemming in een ander land en met een andere zegen. En al bleek de twijfel met hem meegereisd te zijn, toch werd hij de vader van ons geloof.
Mozes hoorde een stem: “Red mijn volk”. En Mozes ging met angst en beven naar de Farao en leidde de nakomelingen van Abraham naar een nieuwe bestemming.
Maria hoorde een stem en zij liet zich daar zo door bepalen dat ze zei: “Ik ben de dienstmaagd van de Heer”. Zij was ontvankelijk voor wat er van Godswege op haar toekwam en ging actief mee met dit initiatief. Door haar geloofshouding kon God in de wereld tot leven komen.
Jezus van Nazareth hoorde een stem: “Bemin je vijanden”. En Hij vond zijn bestemming in mensen, goed en kwaad, en genas hen. Zo was Hij een man naar Gods Hart.
Jules Chevalier, onze stichter, hoorde een stem: ”De liefde van Mijn Hart is een geneesmiddel tegen alle kwalen”. Daardoor geïnspireerd stichtte hij binnen de Kerk de Congregatie van de Missionarissen van het H. Hart.
En jij en ik, geen mens ontkomt eraan, horen vroeg of laat een stem, in eindeloze variaties: ”Kom op voor je naaste, deel van wat je hebt, bezweer de angst, verzacht het verdriet, heel de pijn”.

En we kunnen op weg gaan, jij en ik in Gods Naam en onder zijn hoede zullen wij onze bestemming vinden. En jij en ik, geen mens ontkomt eraan, horen vroeg of laat een stem, in eindeloze variaties: ‘Kom op voor je naaste, deel van wat je hebt, bezweer de angst, verzacht het verdriet, heel de pijn’.
We hoorden het zojuist in de eerste lezing. Geen mens ontkomt aan die stem: de stem die iedere mens roept om op te staan.
We hebben het in de afgelopen dagen gezien in Caïro en andere steden van Egypte. We zagen het in Tunesië. We zagen het, wat langer geleden, in Polen en in tal van andere landen in de wereld. Mensen staan op omdat ze de huidige gang van zaken beu zijn. Volkeren staan op omdat men het niet langer pikt dat men uitgebuit en onderdrukt wordt. Het is immers een grondrecht van mensen om in vrijheid te leven.
We kennen dit recht van heel nabij wanneer we terugkijken naar de laatste Wereldoorlog. Volkeren, wereldwijd, gingen gebukt onder de overheersers en men knokte zich letterlijk naar de vrijheid toe. Alleen in vrijheid kan een mens groeien.
Dat hebben mensen al eeuwenlang geweten. Niet voor niets ging Abraham op weg naar een ander land. In de tekst staat: Hij vond een andere zegen. Hij vond namelijk een land in vrijheid en met groene gewassen en dus volop voedsel voor zijn familie en zijn dieren en bovenal vond hij daar de ene God in plaats van vele goden zoals in zijn vorige woonplaats.

Mozes ging ook op weg. Hij trok het volk van God letterlijk door het water en door de woestijn heen naar een land van vrijheid.
En dan komt Jezus: 2000 jaar  na Mozes en 2000 jaar voor ons. Hij wordt geboren in een tijd dat zijn volk het zwaar te verduren heeft vanwege de claims van haar leiders en daar bovenop de belastingplicht van de Romeinse overheersers. Alom ellende en uitval bij mensen die vluchtten in zaken die het daglicht eigenlijk niet kunnen verdragen. En Hij, Jezus, stond op en zocht al die mensen op en liet hen ervaren dat God een hart heeft en hij liet zien dat zijn handen Gods handen waren.
En dan staat in 1854 Jules Chevalier op in midden Frankrijk – de stichter van de Missionarissen van het H. Hart - zomaar een pastoor uit het kleine stadje Issoudun.
Wat bezielde hem? Eigenlijk precies hetzelfde als Abraham, Mozes en Jezus. Ook in het toenmalige Frankrijk was het geloof er uit en er was onderdrukking…vooral psychisch! De geestelijkheid, vooral in de top van de Kerk, heulde met de groten van Frankrijk. Het volk dwaalde weg van de Kerk. Die Kerk had niets meer te bieden. Dan komt iemand als Jules Chevalier die mensen weer liet ervaren dat God een hart heeft en handen. En Chevalier liet zien dat dat zichtbaar is geworden in Jezus van Nazareth.
En niet alleen een man als Chevalier heeft voor die weg gekozen. Duizenden en duizenden vrouwen en mannen zijn intussen die weg gegaan. De weg van Abraham, van Mozes, van Jezus van Nazareth, van een man als Chevalier.

En ook wij hier zijn die weg gegaan en we gaan deze nog steeds. Ieder van ons doet dat op haar en zijn eigen wijze en de ene weg is niet beter dan de ander.
Enkelen uit ons midden hebben op een uitdrukkelijker wijze gekozen voor die weg maar daarmee, nogmaals,  zijn zij niet beter dan de ander.
Toch is het goed dat ook deze mensen in ons midden wonen opdat we ons bewust blijven van onze gemeenschappelijke taak om op te staan en op te komen voor mensen die dat zelf niet meer kunnen.
We noemen hen ‘de religieuzen’; zusters, broeders, paters en vrouwen en mannen met hen verbonden, al die vrouwen en mannen die missiegebieden hebben opengelegd opdat mensen daar een beter bestaan zouden hebben; die gezorgd hebben voor beter onderwijs en ziekenzorg; die gezorgd hebben voor het pastoraat in parochies, op scholen, in gevangenissen, bij doven en blinden, onder woonwagenbewoners, voor Roma’s en Sinti’s, voor psychiatrische medemensen,  die gezorgd hebben voor de opleiding van jonge vrouwen en mannen die het estafettestokje weer zouden gaan overnemen; die nog dagelijks zorgen voor de oude medezusters en medebroeders opdat zij een vredig einde mogen doormaken.
Tegen al deze mensen wordt nog steeds gezegd: Blijf doorgaan met die mooie taak.
Verzacht het verdriet, bezweer de angst, heel de pijn.

Juist in deze tijd is het voor al deze vrouwen en mannen alsof men zich in de steek gelaten voelt.
Men vraagt niet om medelijden maar, daarvoor ken ik de wereld te goed van binnenuit, men vraagt wel om niet te vergeten wat in al die voorbije jaren door hun inzet tot stand is gekomen. We weten dat een aantal van ons in de loop der jaren een weg opgegaan zijn wat nu een zwarte bladzijde vormt. We willen het met geen woord goedpraten maar laten we toch vooral ook niet vergeten wat goed geweest is.
De wereld van de religieuzen, zeker hier in het Westen, wordt kleiner en ouder.
De wereld van de religieuzen, van kloosters en abdijen, verdwijnt hier in het Westen.
En dezelfde tekenen zien we binnen onze Kerk en in de parochies in Europa.
We lezen over leegloop van de kerken en wat te doen met de kerkgebouwen in de naaste toekomst?
Toch blijf ik geloven in God die hart heeft voor ons mensen.
Misschien wordt het voor ons tijd om, net als Abraham, te vertrekken naar een nieuw land.
Een nieuw land, dat gewoon ons eigen land zal zijn, maar met een andere zegen.
Met een andere mentaliteit en waar geen veelgodendom meer heerst maar waar we ons weer weten verenigd rondom de ene God: onze God.
En ik zeg het nog één keer met de eerste lezing:
En jij en ik, geen mens ontkomt eraan, horen vroeg of laat een stem, in eindeloze variaties: ‘Kom op voor je naaste, deel van wat je hebt, bezweer de angst, verzacht het verdriet, heel de pijn’.
Dan zal God weer in ons midden wonen.
Dan zal nieuw religieus leven komen in een nieuwe tijdgeest.
Niet slechter of beter dan wat nu is en geweest is maar wel aangepast bij de mens die dan leeft en diezelfde zoektocht zal gaan als die wij nu gaan.

Pastor Theo te Wierik  msc