Tweede zondag van de vasten A jaar ( 19/20 maart 2011) Overweging
Ondersteunende bijbelteksten: Genesis 12: 1-4; Psalm 33; Timoteus 1: 8-10, Evangelie Matteus 17: 1-9.
Beste zuster en broeders die geloven in de barmhartigheid van onze Vader, ook in deze 40 dagentijd, als wij vertrouwen stellen in Zijn onvoorwaardelijke liefde.
Elk verhaal begint met: er was eens… een kleine jongen die God wilde ontmoeten. Hij wist wel dat het een verre reis zou worden om bij God te komen, dus pakte hij zijn kleine koffer en stopte die vol met koekjes en pakjes sap. Zo ging hij op weg. Hij was nog maar langs drie grote flats gegaan, toen hij een oude vrouw zag. Ze zat op een bank in het park en staarde zo’n beetje naar de duiven. De jongen ging naast haar zitten en deed zijn koffer open. Hij wilde wat drinken, maar toen hij net een slok wilde nemen, merkte hij dat de vrouw er erg hongerig uitzag. Daarom bood hij haar een koekje aan. Zij nam het dankbaar van hem aan en glimlachte naar hem. Haar glimlach was zo intens mooi, dat hij het nog eens wilde zien en daarom gaf hij haar ook een pakje sap. Opnieuw schonk zij hem haar glimlach. De jongen was helemaal vertederd en verrukt! Zo zaten ze daar de hele middag, aten en glimlachten, maar er werd geen woord gesproken. Toen het begon te schemeren voelde de jongen zich moe worden. Hij stond op om naar huis te gaan. Maar na een paar stappen draaide hij zich om, rende terug naar de oude vrouw en omhelsde haar heel stevig. En zij schonk hem een stralende glimlach.
Toen de jongen even later thuis kwam, verbaasde zijn moeder zich over de vreugde die op zijn gezicht lag en zij vroeg: “Wat heb je vandaag gedaan dat je zo blij bent?” En hij antwoordde: “Ik heb met God gepicknickt.” Nog voordat zijn moeder nog verder kon vragen zei hij: “En weet je, zij had de mooiste glimlach die ik ooit gezien heb!” Intussen was ook de oude vrouw stralend van vreugde thuisgekomen. Haar zoon was verbluft toen hij die vredige uitdrukking op haar gezicht waarnam. Hij vroeg: “Moeder, wat heb je vandaag beleefd, wat heeft je zo gelukkig gemaakt?” Zij antwoordde: “Ik heb in het park koekjes gegeten met God.” En voordat haar zoon nog iets kon zeggen, vervolgde ze: “En weet je, hij is veel jonger dan ik dacht!”
Vandaag horen wij in het evangelie hoe Jezus zijn drie geliefde leerlingen Petrus, Jacobus en diens broer Johannes naar een hoge berg brengt waar zij alleen zijn. Aldaar gebeurt een heel bijzondere wonderbare gebeurtenis.
…Voor hun ogen begon het gelaat van Jezus te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht. Is het een hele tijd geleden dat we iemand gezien hebben, dan zeggen we: wat is dat kind, dat meisje of jongen, die man of vrouw erg veranderd! Denken wij ook maar even aan het voorkomen van elk mens-en-kind, zowel ten goede als ten kwade. Een mens kan - ook tijdens een gesprek - heel wat veranderen, zodra hij of zij het ware gelaat vertoont. Op die uiterlijke wijze veranderde het gelaat van Jezus niet op de berg!
Jezus uiterlijke verschijning kenden zijn lievelingsleerlingen van buiten. Zij moesten er geen tekening bij maken! Zij hadden hem leren kennen in zijn hele manier van spreken en omgaan met de medemens. Hij was een goed mens, een buitengewoon mens, een profeet. Maar de leerlingen waren nog niet echt doordrongen tot de ware kern van Zijn persoonlijkheid. De tijd was nog niet rijp en er moest nog een tijd gegaan worden om alles te mogen verstaan van die uitzonderlijke Jezus. De leerlingen moesten zich nog ontpoppen tot oprechte ware leerlingen om zijn weg te volgen tot en met Zijn kruisdood en Zijn verrijzenis op de dag van Pasen.
Bij deze tweede zondag van de vasten kunnen wij nu ons dan de vraag stellen: wat hebben wij vandaag aan dat stralend gelaat van Jezus van toen?
Als wij rond ons kijken, zien wij niet altijd stralende gezichten waaruit wij moed kunnen putten! Allerhande gezichten krijgen wij te zien als wij goed kijken; koele, onverschillige, bittere, pretentieuze of gesloten en vandaag met de recente natuurrampen bange gezichten. Gelukkig zien wij ook wel belangstellende, bezorgde, vriendelijke, blije, warme en lachende gezichten.
Maar ja, wij zitten niet met de drie leerlingen en Jezus op de top van de berg: wij zien Jezus heerlijkheid niet, wij horen geen stemmen! Wij zien alleen onze werkelijkheid en die is dikwijls somber als wij alles geloven van datgene wat ons rond de oren wordt geslingerd. Laat mij duidelijk en helder zijn: het leven kan hard zijn en onvoorziene dingen met zich meebrengen: moeilijkheden, ziekte, lijden tot soms plots overlijden. Ik moet deze niet opsommen, jullie allen weten beter…en de juiste gevoelens staan dikwijls op het gelaat af te lezen.
Maar toch stel ik mij dan wel de vraag: wat hebben wij vandaag aan dat stralend gelaat van Jezus van toen op de top van de berg?
Ik vermoed veel, heel veel, omdat ik geloof dat wij allen samen ook wel eens op zo’n top geweest zijn. Als gelovigen kennen wij allen één of ander stralend moment waarop wij als ‘van op een berg’ ons leven overzien en wij nieuwe moed krijgen door een onzichtbare gebeurtenis of inzicht die wij doormaken Al-één of met geliefden mensen om ons heen.
Zo’n topervaring – zou kan je het noemen - kan wel eens echt in de bergen gebeuren tijdens een vakantie bijvoorbeeld in de Ardennen, Frankrijk of waar dan ook… Maar veelal gebeurt dat ook zonder bergen…gewoon in het vlakke bestaan in een omgeving met minder luxegoederen en comfort…daar kunnen kleine subtiele top-gelukservaringen ontstaan en geboren worden. Je voelt:
- het leven van elke nieuwe dag is jou en mij gegeven en er komt een golf van oprechte dankbaarheid over jou…
- of jij wordt je bewust van jouw talenten die jij ten dienste kan stellen in solidariteit met de medemens dicht bij jou of ver over de grenzen heen…
- of in welke levensvorm jij ook leeft ervaar je diep dat jullie bij elkaar horen en jullie het samen aankunnen…
- ofwel gaan jouw of mijn ogen open door een diepe stille ervaring voor wezenlijke waarden in jouw en mijn leven die de moeite waard zijn om voor-te-leven waarbij ons gelaat mag stralen voor de Andere (met een grote A) naar de andere medemens toe.
Beste zusters en broeders, samen met Pastoor Theo te Wierik, Herman van den Broek breng ik jullie allen nog een gezegende heilige vastentijd over waarbij jullie moed mogen putten uit het verhaal van de glimlachende kleine jonge en de oude vrouw, samen met de woorden die Jezus zegt naar zijn leerlingen toe: ‘Staat op, en wees niet bang.’ Toen daalden zij samen de berg weer af om weer verder te gaan zoals wij in de beleving van deze veertigdagentijd voordat de Mensenzoon is opgewekt bij het hoogfeest van Pasen. Ik wens jullie allen een stralend weekend en nieuwe vastenweek toe en laat het zien dat jullie gedragen zijn in Gods handen. AMEN.
Jan Daem

