Witte Donderdag 2011
Ik wil u op deze heilige avond, de laatste voor Jezus kruisdood, meenemen naar Jeruzalem.
Velen uit het Joodse volk zagen in Jezus hun nieuwe leider...een nieuwe koning.
Hij sprak gewone taal die iedereen verstond. Hij vertelde verhalen over zaaien en oogsten, van schapen die weglopen en vrouwen die een muntstuk verliezen.
Hij durfde zijn nek uit te steken voor vernederde en kleine mensen. Zelfs de grote en voorname lieden konden niet langer om hem heen.
Hij had een charisma zouden wij nu zeggen. Zijn vrienden zagen hem niet veel anders dan het volk. Toen zij dan ook met Hem aan tafel lagen voor de viering van hun Joodse Paasfeest: de bevrijding uit Egypte lang geleden,toen zullen ze vreemd hebben opgekeken op het moment dat Jezus brood brak en de wijn ronddeelde met de ons vertrouwde woorden. Voor zijn vrienden moet het Laatste Avondmaal een geweldige schokervaring teweeg gebracht hebben.
We kunnen niet aan de indruk ontkomen dat er in die dagen veel broeide in de stad. De weerstand van de leiders moet groot geweest zijn...hun geduld met Jezus was op...
Van de andere kant was er bij de vrienden en velen uit het volk een sfeer van: Hem maken ze niks. Hij is te bekend. De grote heren zullen dit niet aandurven. Die nacht en de volgende dag zou blijken dat de hoge heren het wel durfden... Ze wisten zelfs het volk zover te krijgen dat geschreeuwd werd: Aan het kruis met Hem.
Jaren later, wanneer de vrienden over de toenmalige wereld zijn uitgezworven, zullen bij hen die woorden van het volk opnieuw in herinnering komen wanneer enkelen van hen zelf gekruisigd worden en anderen eveneens de marteldood sterven.
Het “ubi caritas”, daar waar vriendschap heerst en liefde, is voor hen wel keiharde realiteit geworden. Door schade en schande wijs geworden konden zij uiteindelijk niet meer zwijgen.
Die dag van de kruisiging van hun meester waren ze er niet bij... Op het beslissende moment dat hun meester hen juist nodig had waren ze er niet...
Ook zij waren maar gewone mensen die, net als ieder van ons, bang waren voor lijden en dood. Maar eenmaal voorbij de kruisdood konden ze niet meer zwijgen...niemand meer van die mannen en vrouwen... Niemand kon hen nog tegenhouden om de wereld in te trekken en te vertellen dat Hij verrezen was.
Ze bleven bij elkaar komen en het brood werd opnieuw gebroken en de beker met wijn ging opnieuw rond...tot zijn gedachtenis...zeiden ze tegen elkaar...
Dat doen wij ook op deze avond... en ook wij zeggen...tot zijn gedachtenis.
Niet alleen in de geest van: We zullen Jezus niet vergeten...nee...vooral in de geest van: We zullen doorgaan waar U moest ophouden.
Wij zullen doorgaan daar waar kleine mensen onder de voet gelopen worden...waar het leven geweld wordt aangedaan...waar mensen nog dagelijks gemarteld worden en gekruisigd... daar waar het leven pijn doet.
Maar ook wij blijven gewone mensen...soms bang...soms moe...soms niet wetend hoe... en vaak weglopend van hen die ons roepen. Zo zijn wij mensen die zich christenen noemen.
Onder dit alles moeten we niet gebukt gaan maar we moeten de handen ineen slaan...blijven samenkomen...en met elkaar het brood blijven breken en uit de beker blijven drinken. En blijven zeggen: Tot Zijn gedachtenis!
Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat onze kleinheid geen excuus mag zijn om niets te doen en daarmee ons verschuilen achter woorden als: 'geen tijd', 'te druk' enz.
Ook wij worden uitgenodigd om naar onze naasten te gaan, heel concreet, en te helpen en daarbij niet teveel vragen te stellen.
Tot mijn gedachtenis....heeft Hij gezegd. Dan komt het goed...ooit.
Laat het niet aan ons liggen, ons christenen, dat die wereld van licht en vrede en geluk voor allen nog zo lang op zich moet laten wachten.
Mogen deze heilige dagen, en zeker deze heilige avond, ons daartoe aansporen...Tot zijn gedachtenis...
Pastor Theo te Wierik ms

