Verkondiging op het Hoogfeest van Pasen
Het was misschien wel wat gênant toen Jezus op een ezeltje Jeruzalem was binnengereden.
Een koning hoorde immers op een prachtig paard de hoofdstad binnen te rijden en niet op het lastdier van de armen.
Zo hadden z’n vrienden, vrouwen en mannen, al vaker meegemaakt dat Jezus andere keuzes maakte in zijn leven. Geen paleizen en hofhouding…geen mooie kleren en veel geld…
Hij had eens gezegd dat Hij niets had…zelfs geen steen om zijn hoofd ’s nachts op te laten rusten.
En dan al dat vreemdsoortige volk waar Hij mee omging. Maar Hij maakte er wel iets van…ja…dat hadden ze gezien en gehoord…! Al dat gespuis waar menigeen liever een straatje voor omliep om ze maar niet te hoeven ontmoeten of goedendag te moeten zeggen.
Hij zocht al die mensen op en ging bij sommigen zelfs thuis eten. Hij kon doden tot leven wekken. Er waren in die tijd maar genoeg mensen, als doden, waar niemand naar omkeek.
Hij plaatste al die mensen weer terug in de gemeenschap. Hij gaf ze het leven terug.
Hij gaf al die mensen weer een naam!
Hij kreeg aanhang van, met name, deze mensen die niets te verliezen hadden en dat waren er duizenden in die dagen. Zij volgden Hem want naar wie moesten ze anders gaan? Dit was wel een doorn in het oog van de leiders en de Romeinen die toen baas in het land waren.
En dus was het beter om Hem op te ruimen…te kruisigen.
Nu Hij dood is denken de vrienden er over om hun vissersboten weer op te gaan zoeken.
Anderen pakken hun boerenlevenweer op. De vrouwen nemen hun kinderen mee naar huis en gaan thuis weer aan het werk. Er moet brood op de plank komen. Het is toch voorbij…Ze zijn met z’n allen een illusie armen.
De eerste dag van de week volgt op die Goede Vrijdag. Maria uit Magdala gaat naar het graf van Jezus, hoorden we zojuist. Het is nog donker, schrijft de evangelist Johannes.
Inderdaad…het is nog donker en niet alleen wanneer ze buiten komt op weg gaat naar het graf. Het is in haar leven vooral ook nog donker en niet alleen in haar leven maar ook in dat van al die vrouwen en mannen die Jezus gevolgd waren in de afgelopen drie jaar.
Maar op die eerste dag van de week groeit toch ook al bij enkelen de gedachte dat het niet waar kan zijn dat het afgelopen is. Enkele vrouwen en mannen gaan inzien dat het nu op hen aankomt om door te gaan met waar Jezus niet verder kon. Zij hebben nog hun huis en inkomen en eten maar ze zien ook al diegenen die dat niet hebben of veel te weinig. Zij willen niet dat zijzelf en al deze mensen moeten terugkeren in de dood, of met andere woorden, in een leven wat geen toekomst heeft.
Zij geloven niet in het leven zoals duizenden mensen het in hun dagen moeten leven omdat ze geen kant op kunnen. Omdat ze onderdrukt worden. Omdat velen gedwongen worden om dingen te doen waarvan ze weten dat het niet goed is maar ze kunnen niet anders.
Ze willen ook zorgen voor hun gezinnen en families. Dát gaan de vrienden van Jezus zien en ze staan op…letterlijk en figuurlijk…en ze rollen de steen voor het graf weg en ze laten Jezus leven in hun leven. Zij staan op en gaan op weg…Ze gaan Gods weg!
Op deze Paasmorgen is aan ons de vraag of wij meegaan met hen! Hebben wij de moed om de steen voor het graf mee weg te rollen in onze dagen? Hebben wij de moed om op weg te gaan en er te willen zijn voor al degenen die in onze samenleving als doden zijn of ziek of langs de kant van de weg liggen?
Waar weinig of niemand naar omkijken omdat men het veel te druk heeft met zichzelf en eigen have en goed?
Is het nog donker in ons leven op deze eerste dag van de week of willen we met Petrus en Johannes vaststellen dat het graf leeg is en Jezus is opgestaan in ieder van ons?
Ik wens het ons van harte toe.
Het kan immers alleen maar Pasen worden wanneer wij Jezus nu doorvertellen als een oud verhaal van God met zijn volk waartoe ook wij behoren. Als ene verhaal van bevrijding voor deze samenleving. Als een verhaal van opstaan uit alle dood voor ieder van ons…ook voor de doden in ons midden…!
Zalig Paasfeest voor ons allen!
Pastor Theo te Wierik msc

