2e Zondag van Pasen - jaar A - 1 mei 2011
Handelingen 2, 42-47 / Johannes 20, 19-31
Openingswoord
Vorige week zondag heeft de Wereldkerk Pasen gevierd. We hebben gehoord hoe mannen en vrouwen, kort na zijn dood, al zijn begonnen te getuigen dat Hij leeft in hen. Ze noemen zich al snel ‘Kerk van Jezus Christus’.
Ze trekken de toenmalige wereld in en overal ontstaan nieuwe plaatsen van hoop.
Velen van hen hebben Jezus persoonlijk nog gekend. Ze hebben met Hem gegeten en gedronken. Ze hebben zijn stem gehoord.
Zo ging Petrus met een groep naar Rome. Hij werd de eerste teamleider van die nieuwe beweging.
Ik zeg dit juist op deze vooravond / morgen waarin één van zijn grote opvolgers, paus Johannes Paulus II in Roem wordt zalig verklaard.
Hij heeft in zijn 27 jarig pontificaat veel tot stand gebracht aan goeds in de wereld.
We mogen hier denken aan de verhoudingen tussen Oost en West maar ook de goede contacten tussen de verschillende wereldgodsdiensten.
Wij willen in deze eucharistieviering God danken voor deze grote paus en we willen vragen om zegen voor onze wereldkerk. We vragen dat onze paus nu met al onze dierbaren mag delen in het eeuwige Paasfeest bij God.
Het is vandaag ook de zondag waarin we gaan luisteren naar Tomas die nog niet kan geloven, in eerste instantie, dat Jezus is verrezen. Het is Johannes die ons over hem verteld in zijn evangelie. Johannes heeft het geschreven zo rond het jaar 100.
Niemand heeft dan Jezus nog persoonlijk gekend. Johannes laat Jezus vandaag tegen Tomas zeggen:’Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben’.
Dat geldt voor ons. Wij mogen ons gelukkige mensen voelen maar, zegt Tomas, dat kun je pas wanneer je eerst het lijden en de kruisdood van Jezus en van zo velen ná Hem aan jou voorbij laat gaan. Wanneer je dán in beweging komt en gaat geloven..dán zit je op de goede weg en mag je zeggen: Heer, ik geloof!
Verkondiging
Op de avond van de eerste dag van de week, zo wordt ons verteld, zijn de deuren dicht van de verblijfplaats der leerlingen. Op diezelfde dag, ’s morgens vroeg, het was nog donker, zo werd ons op Paasmorgen verteld, was Maria van Magdala al naar het graf gegaan en had gezien dat de steen was weggerold. Het was nog donker in het leven van die vrouwen en mannen. De deuren en ramen van hun leven waren nog op slot. Ze waren bang.
Op Paasmorgen en vandaag horen we dat daar snel verandering in komt. Ze gaan zien dat het nu op hen aankomt. Dat zij Hem, die ze gekruisigd hebben en gedood, nu door moeten geven als een oud verhaal van God met zijn mensen.
Vandaag horen we het verhaal over Thomas. Die moet het allemaal nog eens verwerken, maar ook hij komt uiteindelijk tot de conclusie: ik moet ook opstaan en doorgaan waar Jezus niet verder kon.
Het is aan ons om twee richtingen uit te gaan. We kunnen blijven zitten in die bovenzaal of hier in de kerk of thuis of in het café of op het voetbalveld en denken: ze zoeken het maar uit.
Ik doe niks. Ik blijf zitten en afwachten. Laat een ander maar opstaan want ik ben een beetje bang om voor een heilig boontje versleten te worden.
Als ze me, zo rond Pasen, gevraagd hadden in de media, zoals weer gebeurde, wat Pasen is, dan had ik gezegd dat ik het niets wist…dat het iets met de paashaas te maken heeft en eieren en lente. Ik zou me in elk geval van de domme gehouden hebben.
Maar we kunnen ook de andere richting kiezen.
De richting van die vrouwen en mannen van het eerste uur die al vrij snel merkten dat het in hun hoofd en hart nog donker was en dat de deuren en ramen van hun hart gesloten waren.
Ook wij kunnen opstaan, niet als vrome kwezeltjes, maar als mannen en vrouwen die in deze tijd leven en die nog steeds de weg willen gaan van de Man van Nazareth.
Die willen bouwen aan de nieuwe wereld. Die er willen zijn voor anderen en die zorg dragen voor het milieu en voor de vogels, de vissen en dieren.
Die zorg dragen dat een ieder gelukkig kan en mag leven …ook aan de andere kant van deze aarde. Die respect tonen voor het geloof van een ander en voor het anders zijn. Op zulke mensen wacht onze samenleving. Ik wens het ons hier toe dat we zulke mensen blijven en steeds meer worden in de geest van Jezus van Nazareth.
En ik noem zijn moeder vandaag ook nog eens uitdrukkelijk, nu we de meimaand ingaan.
Zij wordt vaak genoemd: de eerste onder alle gelovigen. Die titel verdient ze met ere en recht want als iemand gezegd en gedaan heeft wat gedaan moest en moet worden, dan is zij dat wel geweest. Bidden we in deze meimaand in het bijzonder tot haar en vragen we haar om zegen en toekomst voor ons allen. En we gaan door tot alles voltooid is in God want we hebben, als christenen, een keigoed verhaal…als we net als Thomas, maar tot geloof willen komen.
Pastor Theo te Wierik msc

