Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

6e zondag van Pasen  - A - 27 en 28 mei 2011
Handelingen 8, 5-8.14-17   Johannes 14,15-21

Nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer!
De meesten van ons verstaan deze woorden, die Jezus gesproken zou hebben, nog heel goed.
Zeker de zusters, paters en broeders, kennen deze uitdrukking als geen ander.
Je ging intreden in een klooster, zoals we dat noemden, en daarmee ging je ´uit de wereld´ weg. Je ging een andere werkelijkheid binnen die niet meer bij de wereld hoorde.
Ik herinner het me nog als de dag van gisteren dat ik als klein jochie naar het seminarie ging.
Mijn vader bracht me weg met de trein. In dat enorm grote klooster van de Missionarissen van het H. Hart aan de Bredaseweg 204 in Tilburg vond ik toch snel mijn weg en ik was er gelukkig.
Er hing, naast een zware sigaren- en sigarettenlucht, toch vooral ook een religieuze sfeer zonder dat die sfeer er afdroop. De paters en broeders waren nuchtere mannen. Velen hadden een missie ervaring van jaren achter de rug en vertelden over hun belevenissen. Anderen gingen nog vertrekken…veelal jongemannen… En ik was toen al graag meegegaan.

We waren toen uit de wereld maar dat heel strenge regiem heb ik niet meer meegemaakt.
Wel werd ons een geloofshouding bijgebracht en ik herinner mij de prachtige meerstemmige zang op de vele feestdagen door het grote studentenkoor.
Ik herinner me de voetbalwedstrijden, iedere avond, de weekends dat we gingen kamperen, het toneel, de fietstochten.
Ik herinner me ook de vele uren van hard studeren want je wilde wel, want de missie stond immers te wachten. Het zal er al in, tenminste, wel bij mij, om zo snel mogelijk te vertrekken. 
Ik kwam op een leeftijd dat de studie werd beëindigd. De missionarissen kwamen met velen terug en vertrokken niet meer. De inlandse medebroeders uit Indonesië, Filippijnen en Brazilië konden het zelf wel aan en men vroeg mij in Nederland te blijven.

Spijt heb ik nooit gehad want hier stond een boeiende tijd te wachten.
Het Tweede Vaticaans Concilie lag intussen enkele jaren achter ons. Een nieuwe Kerk stond op met alle plussen en minnen. Ik voelde de nieuwe geest in de lucht hangen of beter gezegd: we voelden de nieuwe geest komen.
Later zouden wij, die een andere Kerk voor de geest stond, teleurgesteld worden omdat van hogerhand de rem gezet werd op nieuwe initiatieven. Behoudende leiders werden aangesteld en kregen snel de overhand.

Dit heeft velen van ons pijn gedaan omdat we zagen hoe daardoor mensen afhaakten… mensen die, net als wij, met de beste bedoelingen op een nieuwe wijze wilden geloven. Mensen die het niet meer zochten in oude riten en gebruiken die niet meer aanspraken.
Die geloofden in Jezus die 2000 jaar geleden had gezegd: Ik zal jullie niet verweesd achterlaten en de goede Geest van God sturen.
Onze gesprekken onderling werden ineens anders. De kloostergeloften werden anders uitgelegd en bij de tijd gebracht zonder afbreuk te doen aan de inhoud.

Ook in onze parochies veranderde er veel op gebied van liturgie, catechese, diaconie en Kerkopbouw. We werden zelf verantwoordelijk voor ons doen en laten.
We liepen niet meer mee aan de hand van onze leiders en zeker niet van hen die terug wilden naar de oude tijd.
We zullen het ons allemaal nog herinneren en misschien nu zo af en toe wel eens heel diep zuchten.
En toch… Ja… en toch gaan we ook nu verder… ondanks deze hele moeilijke en moeizame tijd want we mogen geloven dat Jezus nog steeds met ons is en ons allen vraagt ‘om uit deze wereld weg te gaan’. De wereld van duisternis, van haat en oorlog. De wereld van ikke, ikke en de rest kan… Als ik maar alles heb wat mijn hartje begeert. Als ik maar…

Die wereld, zegt Jezus, heeft geen toekomst.
Keer je om, wordt ons gezegd. Keer je om naar Christus en luister naar zijn woorden en probeer de werken te verstaan die Hij verricht heeft en ga in zijn voetsporen verder.
Als we die weg gaan, dan mogen we ervaren dat God ons niet verweest heeft achtergelaten, maar dat er wel degelijk toekomst is voor deze wereld.
Dan mogen we ervaren dat het op de eerste plaats niet zit in restauratie en terug naar af en daarmee naar herstel van oude waarden maar dat het wel gaat om inzet voor behoud van onze aarde en om toekomst voor mens en dier. Dat het gaat om iedere mens en om zijn en haar geluk hier en nu.
Bidden we in deze dagen om de goede Geest van God. Dat deze steeds meer in ons mag komen en in onze wereld.

Theo te Wierik msc