Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

21e zondag door het jaar    - A -                     20 en 21 augustus 2011

 

Jeasaja  22, 19 – 23      Mattheüs  16,13-20

 

En de koning versterkte de stadsmuur, legde waterleidingen aan en verdedigde zijn volk tegen de vijand en daarna vroeg hij aan zijn volk: ‘Mag ik koning over jullie zijn?’

 

Het zijn woorden uit een heel oud Joods verhaal maar tegelijkertijd is het heldere taal welke geen uitleg behoeft.

2000 Jaar geleden liep zo’n‘koning’door het Joodse land.

Intussen weten we uit andere, niet bijbelse bronnen, dat Hij van zijn 30e tot zijn 33eveelal verbleef rond het Meer van Gallilea.

Een koningstitel was Hem vreemd.

Het zou zelfs, binnen de Joodse traditie van toen, een belediging zijn om deze titel te dragen.

En Hij zou het ook niet dragen omdat Hij iets had tegen koningen en allen die zich waanden in de hogere kringen en verbleven in hun afgescheiden wereld van paleizen en grote huizen en van mening waren dat zij recht hadden op macht.

Zelf trok Hij liever door steden en dorpen op zoek naar mensen die geen kant op konden.

Als geen ander kende Hij de tijd en de streek.

Hij wist en Hij zag hoe zijn volk werd overheerst door de Romeinse bezetter die behoorlijk wat belastinggelden opeiste.

Maar ook de leiders van zijn eigen volk wilden een graantje meepikken voor de instandhouding van hun weelderig leven en ook zij eistenhun belastinggelden.

De gewone man en vrouw ging gebukt onder deze zware lasten.

En dan staat daar die jongeman te midden van hen en Hij verkondigt een totaal nieuwe leer.

 

Natuurlijk krijgt Hij veel aanhang, juist omdat Hij het aandurft om de gevestigde orde aan te klagen.

“Jullie, met jullie mooie kleren en paleizen….adderengebroed zijn jullie…rotte mispels…”

Hij draaide niet om het probleem heen en benoemde het zonder omwegen.

Misschien kon Hij, die man uit Nazareth, niet eens lezen en schrijven…immers: in die tijd konden van het volk ruim 85% niet lezen en schrijven.

Nazareth, waar Hij vandaan kwam, lag in een streek dat niet bekend was en geen hoog ontwikkelingsniveau had.

Nergens staat dat Hij op een universiteit gestudeerd heeft of een hogere opleiding had gevolgd of op school had gezeten.

Ja…Hij schreef in het zand toen de leiders bij Hem kwamen met een vrouw die op overspel betrapt was.

Maar niemand heeft gezien wát Hij in het zand schreef….Misschien waren het wel poppetjes die hij heeft getekend.

Maar één ding is zeker: deze Man heeft de tijd daarna volledig op z’n kop gezet.

Omwille van de rust had de Romeinse overheerser, in overleg met de leiders van het volk, Hem aan het kruis laten slaan en gedood.

Maar al snel zou duidelijk worden dat men zijn lichaam kon doden maar niet zijn geest…zijn spirit.

Mensen gaan over Hem spreken als over ‘de Mensenzoon’.

Dikwijls is deze naam misverstaan als een Messiaanse titel, als een titel die gegeven zou worden aan de nieuwe koning, hoewel de naam in het Jodendom nooit op die wijze is gebruikt.

In feite gaat het niet om een titel, maar om een uitdrukking die gewoon betekent: iemand die tot het menselijk ras behoort.

De uitdrukking biedt de mens de mogelijkheid zonder enige pretentie over zichzelf te praten. De term staat al in het boek Ezechiël in het Oude Testament.

Vandaag horen we Petrus getuigen: ‘U – Jezus van Nazareth - bent niet alleen de Mensenzoon, maar U bent ook de Christus, de Zoon van de levende God’.

‘Christus’ geldt in onze samenleving zo ongeveer als de achternaam van Jezus.

Het woord gaat terug op de tijd dat de koningen van Israël bij hun inwijding door een profeet ceremonieel ‘gezalfd’ werden.

Sinds de Babylonische gevangenschap, dus al ver oor Jezus ‘geboorte, was er geen koning meer en verwees de titel ‘Messias’ naar een koning en profeet die ooit zou verschijnen om te regeren over een Israël dat weer een soevereine staat zou zijn.

Nu, na de dood van Jezus, wordt deze titel aan Jezus gegeven door de apostelen en door degenen die de verhalen van Jezus hebben opgeschreven: de evangelisten.

Maar de werkelijkheid is totaal anders geweest.

Jezus heeft zich beslist nooit laten voorstaan op deze titels.

Het zou immers een belediging zijn tegen de Joodse godsdienst om je ‘Zoon van God’ en ‘gezalfde of Messias’ te noemen.

Later, ver na zijn dood, krijgt Hij deze titels en zo wordt stilaan in de evangeliën een andere Jezus gevormd dan de werkelijke Jezus was zoals wij deze nu ook kennen.

 

Wij zijn immers in een bijzondere omstandigheid dat we in onze tijd, en deze bestaat pas enkele jaren, de werkelijke Jezus van 2000 jaar beter leren kennen.

Hoe Hij leefde in zijn tijd met de mensen van toen en de cultuur en alle omstandigheden van toen en:

Hoe de evangelisten Hem na zijn dood gevormd en gemaakt hebben tot zoals wij Hem hebben leren kennen vanuit hun evangelies.

Wanneer we werkelijk bereid zijn tot terug te gaan tot in zijn tijd, dan vermoed ik dat velen zullen schrikken binnen onze christelijke traditie en zeker binnen onze R.K. Kerk.

Dan worden we nu, al als we het willen zien, met de neus op de feiten gedrukt en zien we enerzijds een Jezus in zijn tijd zonder titels maar als een mens die hart heeft voor zijn medemensen die het in die tijd heel erg zwaar te verduren hadden en krijgen we Hem mee in de evangeliën als een mens, ver verheven boven ons mensen en ‘Zoon van God’ en ‘Mensenzoon’.

Ik zou willen wensen dat we binnen onze christelijke traditie terug zouden gaan, zonder afbreuk te doen aan de eretitels, naar het werkelijke verhaal achter de mens Jezus van Nazareth.

Dan zouden velen van onze leiders ook nu uit hun ivoren torentjes komen en uit hun zetels en veel van hun uiterlijkheden met schaamte afleggen en de levenswijze van zichzelf eerst zelf onder de loep nemen voordat men het oplegt aan de mensen waarvoor ze aangesteld zijn.

We hebben in onze tijd leiders nodig die tussen mensen mee op weg gaan en soms voorop lopen maar altijd oog en oor en hart voor mensen hebben, ongeacht wie degene is die naast hem en haar loopt.

We hebben leiders nodig die uit hun voorname wereldje treden en verstaan wat werkelijk leeft tussen mensen en soms woorden van troost spreken en soms woorden van bemoediging en soms woorden van helderheid en duidelijkheid om wat fout is.

We hebben ‘mensenzonen’ nodig en ‘Zonen en Dochtersvan God’.

We hebben vrouwen en mannen nodig met een open ‘mind’ die naast ons gaan en vragen om mee te mogen blijven lopen omdat ze een verhaal hebben van 2000 jaar geleden die de moeite waard is om nu nog te horen en nu nog vanuit te leven.

Ik wens ons goede leiders en leidsters toe die binden en ontbinden en die een hand om onze schouders slaan en meelopen.

Pastor Theo te Wierik  msc