Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

30eZondag door het jaar   - A jaar -   22 en 23 oktober 2011
Exodus 22, 20-26   Mattheüs  22, 34 – 40

“Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken”. Het zijn de eerste woorden uit de eerste lezing van deze avond / morgen.
Wanneer wij het over de vreemdeling hebben, dan bedoelen we gewoonlijk de man en vrouw die van buiten onze landsgrenzen en van ver gekomen is en nu een  woonplek probeert te vinden in ons land. Over deze vreemdeling wil ik het vanavond / vanmorgen niet hebben.

Er zijn ook nog andere groepen ‘vreemdeling’ in ons midden. Dat is o.a. de groep mensen die bij ons vreemd overkomen…Die van het padje afgeraakt zijn en in de war zijn. Over deze wat vreemde mensen wil ik het ook niet hebben.

Dan kom ik aan de groep waarover ik wél graag iets wil zeggen. Het is de groep gelovige mensen voor wie wij, gelovige en belijdende christenen, wat vreemd geworden zijn. Wij die nog, wekelijks of regelmatig, trouw ter kerke gaan. Deze grote groep die nog weinig met de Kerk heeft, heeft mijn zorg en gelukkig sta ik daarin niet alleen.
Helaas is deze groep door verschillende mensen, en niet in de laatste plaats door kerkleiders,  omschreven als ‘de verloren groep’: de mensen die onaangepast gedrag vertonen wanneer het gaat om regel en wet binnen de Kerk.
Het is de groep die, min of meer, de Kerk verlaten heeft of minstens weinig meer heeft met het instituut omdat deze niet aansluit bij de tijd waarin we nu leven.
Het valt me de laatste tijd op dat ik niet alleen sta in mijn zorg om deze grote groep christenen.
Het zijn de Godzoekers, gebedszoekers, die het niet vinden in een strak keurslijf van kerkelijke regels, maar bij wie het om de totale mens gaat in deze wereld, in deze tijd met haar eigen vragen, noden en zorgen, maar ook met haar eigen kansen en mogelijkheden.
Het is de groep die Kerk en samenleving met elkaar wil verbinden.
Iemand schreef me deze week: het is de groep die de religieuze Godsruimte zoekt voor zichzelf en graag met anderen.

Voortdurend merk ik in mijn bezoeken aan deze groep mensen dat zij hun Godsgeloof niet verloren zijn. Afgelopen twee weken hoorde ik zelfs meerdere oudere mensen thuis tegen me zeggen dat ze niet meer naar de Kerk gaan en dat hun kinderen al lang niet meer gaan omdat de Kerk de aansluiting met deze samenleving kwijt is.
Anderen zeggen dat de Kerk zich ook niet klakkeloos moet aansluiten bij de samenleving zoals deze zich momenteel presenteert. Ook dit is beslist waar.
Wij, als Kerk, mogen best, ja we moeten vaak zelfs, een tegenbeweging in deze tijd zijn maar dan ook een eerlijke en oprechte tegenbeweging waarin het gaat om werkelijke zaken die er toe doen.

Nu krijgen we de indruk dat de Kerk zich aan het hergroeperen is en dat het dus niet gaat om werkelijke zaken.. Parochies worden opgeheven en gaan op in grotere parochieverbanden.
‘We hebben geen priesters genoeg’, wordt gezegd vanuit de top van de Kerk, alsof het Kerk zijn met elkaar alleen om het aantal priesters gaat.
Geen wonder dat zo mensen in grote getale afhaken, geen wonder dat er bij de parochies minder gelden binnenkomen en dus roept men dat kerken gesloten moeten worden.
Er zullen best kerken gesloten moeten worden maar wees er super voorzichtig mee, zou ik tegen de Kerkleiding willen zeggen.
Zelf heb ik in mijn vorige parochie twee kerken mee moeten sluiten maar gelukkig ook nog een nieuwe kerk zien bouwen en mee geopend. Haal de ziel niet uit de gemeenschap om oneigenlijke argumenten.
‘Gij moet de vreemdeling niet slecht behandelen en hem en haar het leven niet moeilijk maken’.
Vandaag vraag ik dit aan allen die onze Kerk tot een kleine gemeenschap van de ware christenen willen maken.

Vandaag wil ik graag oproepen om nog eens heel goed naar het evangelie te luisteren want wij maken vele goede christenen tot ‘de vreemdeling in ons midden’.
Mattheüs vertelt ons dat Jezus door de grote en voorname heren op de proef gesteld werd: “Meester, wat is het voornaamste gebod in de wet?”
De heren hadden weinig belang bij het antwoord, als ze Jezus maar konden vangen op zijn woorden. Daar ging het om.
God had in totaal 613 geboden en verboden aan het Joodse volk gegeven en nu wilden de heren weten welk gebod het belangrijkste was en welke minder belangrijk.
U moet weten dat de heren het onderling ook niet eens waren.
De een vond het belangrijkste dat er geen bloed vergoten werd. De ander dat Gods Naam niet ontheiligd zou worden. Weer een ander vond het heiligen van de sabbat het belangrijkste.
Dan zegt Jezus: heb God lief en de naaste als jezelf.
Het gebod God lief te hebben betreft de gehele mens met zijn verschillende functies: zijn gevoelsleven, zijn inzet, zijn verstand en zijn financiële en maatschappelijke mogelijkheden.
Kerk zijn in onze tijd heeft voor mij alles met deze gehele mens te maken die niet tot vreemdeling wordt gemaakt maar die serieus wordt genomen door naar hem / haar te luisteren.

Pastor Theo te Wierik  msc