Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mail

1eZondag van de Advent  - B - 26 november 2011
Jesaja 63, 16b-17.19b; 64,3b-8 Marcus 13, 33-37

Welkom in dit weekend: de eerste van de Advent. We gaan vier weken op weg naar het Kerstfeest waarin wij de geboorte van Jezus vieren. De Adventskrans hangt al klaar met haar vier kaarsen. Ieder weekend wordt er een kaars meer aangestoken tot de volheid van vier. Het wil uitdrukken dat we op weg gaan naar ‘Licht’ dat ons gegeven wordt in de geboorte van het Kind. God is ons niet vergeten. God blijft ons mensen trouw. Engelen zullen ons in de komende weken vergezellen. Iedereen wordt uitgenodigd om zijn of haar engelen mee te brengen. Al is het een kaars omdat dit het enigste is wat u met uw kind of andere dierbare verbindt. We zullen ook deze kaarsen, met die van de adventskrans, aansteken onder de vieringen want zij allen zijn als engelen, vanuit de hemel nu hier bij ons, om ons het goede nieuws te vertellen dat God ons een zoon zal schenken.
“Scheur toch de hemel open”, is het thema van deze dienst. We vragen God dat Hij de hemel daadwerkelijk openscheurt en ons engelen stuurt om ons bij te staan. We steken de eerste kaars aan en daarna keren we ons tot God en bidden om vergeving voor deze wereld waarvan wij een deel zijn.

Het is in deze tijd van het jaar, letterlijk, donker. Thuis steken we kaarsen aan en als we een open haard hebben, gaat ook deze weer aan. We zoeken letterlijk en figuurlijk warmte en het liefst met en bij elkaar.
Maar het is ook figuurlijk donker in deze tijd. Dagelijks komen berichten in onze huiskamers over oorlogen en onlusten, maar ook over geweld en onbehoorlijk gedrag in woord en daad binnen onze eigen leefwereld.
Donderdagavond begonnen we onze Bijbelgroep met dit gesprek. Over onze jongeren die zich zo vol drinken dat ze in coma raken en opgenomen moeten worden op de Eerste Hulp van het ziekenhuis. Over ‘alles moet maar kunnen en mogen’. Over ouders die onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen. Politie en leraren op school die ter verantwoording geroepen worden.
Dan lees ik in de krant hoe Joost, een jongen van 22 jaar, schrijft: ouders waar blijven jullie met jullie verantwoordelijkheid? Hij noemt zich op het eind van zijn ingezonden brief ‘een snotneus van 22’.

Maar, zullen velen zeggen, hadden we maar meer van die snotneuzen. Van die jong volwassenen die ook hun mond eens opendoen en de pen pakken of achter hun computer gaan zitten en de gemeenschap laten weten dat het zo niet verder kan.
Scheur toch de hemel open! Dit roepen deze jonge mensen ( ik wil ze beslist geen snotneuzen noemen) en wij roepen met ze mee. Misschien moeten we zelf de hemel weer openscheuren zoals we dat vorig jaar in de Advent deden en in al die jaren daarvoor. En daar boven, of waar de hemel ook mag zijn, zullen ze ons horen.
In deze weken sturen ze ons engelen vanuit de hemel zoals lang geleden de engel Gabriël naar Nazareth werd gestuurd om aan Maria te vragen of zij de moeder van Jezus wilde worden.
Toen hadden ze daar in de hemel al in de gaten dat we het hier op aarde niet alleen voor elkaar krijgen. Er moeten hulptroepen worden gestuurd onder aanvoering van dat kleine Kind dat binnenkort weer opnieuw geboren wordt in ons midden. Engelen zullen in de Kerstnacht weer de geboorte aankondigen.
Het zijn telkens engelen die ons goed nieuws berichten. Engelen, vaak onze eigen dierbaren die tot engelen geworden zijn. Vaak ook onze kleine kinderen die niet of amper het levenslicht hier bij ons mochten zien. Kleintjes die toen niet eens in gewijde grond begraven mochten worden. Vaak snel weggehaald bij de moeder, zoals ik zondag nog hoorde, die haar dode kind niet eens meer even in haar armen mocht vasthouden.
Ik geloof dat al deze engelen en engeltjes niet ver weg zijn maar zeker in de komende Kerstnacht ons weer komen berichten dat God ons niet vergeten is. Gloria in excelsis Deo…zullen ze opnieuw zingen in die heilige nacht.

Bij zo’n bericht mogen we niet stil blijven afwachten. We worden opgeroepen om de hemel open te scheuren en hier en nu aan het werk te gaan. We worden opgeroepen om waakzame mensen te blijven die oog, oor en hart hebben voor deze wereld. Die inzet willen tonen. Tegen de stroom in durven te zwemmen en niet meedoen met wat ‘men’ vindt en doet, maar die zich durven laten inspireren door het Kind dat opnieuw geboren wordt. Die willen werken aan een nieuwe samenleving.
Ons wordt gezegd: Als God onverwachts komt, laat Hij jullie dan niet slapende vinden. Weest waakzaam. Ik wens het ons in deze komende weken van harte toe.

Pastor Theo te Wierik  msc